|
Image
Image
Andrea Posthuma
Role
Advisor MEDIA - Creative Europe
Email
a.posthuma [at] creativeeuropedesk.nl
 

Beter is nog niet goed: de positie van vrouwen in de film- en tv-sector in Nederland

Beter is nog niet goed: de positie van vrouwen in de film- en tv-sector in Nederland

Het is het eerste grootschalige onderzoek waarmee de discussie over de verbetering van de positie van vrouwen in de av-sector in cijfers kan worden gefundeerd.
Lonneke Bär
MEDIA

“Zelf waren we eigenlijk niet verbaasd over de conclusies. De sector was dat daarentegen wel,” zegt Esther Schmidt, initiatiefnemer van de stichting Vrouwen in Beeld. “Dat was misschien nog wel het verrassendst.” Schmidt gaf samen met mede-initiatiefnemer en onze collega van de Creative Europe MEDIA desk Andrea Posthuma, opdracht aan de Universiteit van Utrecht om onderzoek te doen naar de vraag hoe de representatie van vrouwen in leidinggevende functies (head of department) en in hoofd- en bijrollen in de Nederlandse film- en televisiesector zich de afgelopen tien jaar (2011-2020) heeft ontwikkeld. De conclusies spreken voor zich. Gemiddeld is het percentage vrouwen dat werkzaam is in bovengenoemde functies 30,4% (8.753 vrouwen) en het percentage mannen 69,6% (19.995 mannen).

Zie kader onderaan voor alle conclusies.

Hoe groter en duurder de productie, hoe meer mannen erbij betrokken zijn, ook in leidinggevende functies
Esther Schmidt
Nederland loopt achter

Schmidt: “Het onderzoek was niet het doel op zich. We hebben de stichting bijna twee jaar geleden opgericht om het werk van vrouwen in de av-sector zichtbaarder te maken en hun posities te verbeteren. Het verbaasde ons destijds dat een dergelijk orgaan er nog niet was in Nederland, terwijl dat in andere Europese landen wel zo is. Onze opzet is het organiseren van events, coachingprojecten en workshops. Om dat te kunnen doen wilden we het gesprek aangaan met de verschillende spelers, maar dat is moeilijk als je geen cijfers hebt, want wat wil je dan precies verbeteren? Toen bleek dat die cijfers überhaupt niet voorhanden waren, in tegenstelling tot veel andere landen waar dit wel wordt bijgehouden, hebben we besloten het zelf te gaan onderzoeken. Dit onderzoek is dus een middel, en het is de bedoeling dat we met dit onder de arm met elkaar het gesprek aangaan.”

Posthuma: “We willen als stichting het werk van vrouwen zichtbaarder maken, maar ook pijnpunten signaleren. Doel is met vrouwen in gesprek gaan om te kijken: wat mis je, wat zijn de obstakels die je bent tegengekomen in je carrière?” Ze benadrukken dat dit pas de eerste stap is, en dat een van de aanbevelingen uit het rapport is dat er vervolgonderzoek komt naar de vraag hoe het komt dat deze cijfers zijn zoals ze zijn. Pas dan kunnen er echt concrete stappen worden ondernomen om dingen te verbeteren.

Posthuma: “In mijn rol als adviseur van de Creative Europe Desk was me al vrij snel duidelijk dat het thema diversiteit een groot speerpunt zou worden van het nieuwe subsidieprogramma (2021-2027, red.). In de afgelopen jaren werden steeds meer Europese onderzoeken en studies over gendergelijkheid en diversiteit in de audiovisuele sector gepubliceerd. Nederland loopt gewoon achter, vooral als je het vergelijkt met de Scandinavische landen."

Wij worden geschreven en geregisseerd door mannen, als het ware
Andrea Posthuma
Niet geëmancipeerd

Volgens Schmidt is het een hardnekkige veronderstelling dat het in Nederland wel goed zit. Die is er niet alleen bij mannen in de sector, maar ook bij de vrouwen zelf. “Het is typisch Nederlands om te denken dat we super geëmancipeerd zijn. Maar dat is gewoon niet zo.”

De verwachtingen waren bij beiden niet hooggespannen. Hoewel ze al jaren in de sector werken en weten dat er veel vrouwen in werkzaam zijn, wisten ze eigenlijk al dat die in leidinggevende functies zwaar ondervertegenwoordigd zijn. Posthuma: “Toch schrok ik er zelf ook nog van. Ik ben in mijn werk zo omringd door vrouwen, dat ook ik een positiever beeld had." Schmidt vult aan: “De harde cijfers waren wel heftig ja. Zoals de conclusie dat zelfs bij een stijging van het aantal producties, het aantal vrouwen in head of departments niet stijgt. De ruimte die dan vrijkomt wordt dus niet ingenomen door vrouwen. Vooral bij speelfilms en documentaires zie je die afname. Dat betekent dat het percentage vrouwen bij een groter productievolume dus feitelijk nog kleiner wordt. En minstens zo opvallend: hoe groter en duurder de productie, hoe meer mannen erbij betrokken zijn, ook in leidinggevende functies.”

Het onderzoek is een soort nulmeting om patronen en scheve situaties zichtbaar te maken, om van hieruit te kijken hoe het opgelost moet worden. “Kijk bijvoorbeeld naar het kleine aantal vrouwen in de ‘technische’ beroepen zoals sound design en camera,” zegt Schmidt, "we weten nu dát het zo is, maar waarom? Daar zegt dit rapport nog niks over.”

Dat alle organisaties in de sector er zelf mee aan de slag moeten is voor hen evident. “Veel van hen hebben een diversiteitscommissie, die zouden dat moeten omarmen en ermee aan de slag gaan,” aldus Schmidt. “Wij willen daar graag partner in zijn en als wij de specifieke opdracht krijgen om die cijfers te verzamelen en verwerken dan zeggen we daar geen nee tegen. Maar zij moeten ze zelf gaan bijhouden, vanuit een intrinsiek belang en een eigen verantwoordelijkheid, niet omdat wij dat zeggen. Het is voor alle instanties belangrijk om dit te weten, niet alleen voor de (commerciële) omroepen en de fondsen, ook voor de productiebedrijven en de streamingdiensten bijvoorbeeld. Dat bewustzijn willen we creëren.”

Media
Image
Beter is nog niet Goed, Stichting Vrouwen in Beeld
Caption
Beter is nog niet Goed
Authors
Stichting Vrouwen in Beeld
De juiste spiegel

Hoewel ze zichtbaar huiverig zijn om zich te wagen aan de vraag: waar ligt het aan, aangezien dit een puur kwantitatief onderzoek is, zien ze in hun eigen omgeving wel een mechanisme. Schmidt: “Je ziet dat steeds dezelfde mensen met ervaring worden gevraagd, zeker als een productie duurder is. Als je als vrouw die kans niet krijgt om ervaring op te doen, word je dus ook niet gevraagd. Het is een zichzelf in stand houdend mechanisme. Je moet de ruimte en de ondersteuning krijgen om je te kunnen ontwikkelen. Daarom hebben vrouwen ook een podium nodig, anders kúnnen ze zich niet ontwikkelen. Ze moeten meters kunnen maken.”

Ook het zorgen voor rolmodellen is belangrijk. Posthuma: “Vrouwen hebben de juiste spiegel nodig. Als wij ons als vrouw niet vertegenwoordigd zien in een film, schep je een verkeerd rolmodel. Wij worden geschreven en geregisseerd door mannen, als het ware.” Daarmee is er een beperkt narratief in de sector, en zijn veel producties een mannelijk construct; een beeld van wat mannen hebben van vrouwen. Er moet daarom een grotere veelzijdigheid aan verhalen en personages komen, zegt Schmidt, naast meer diversiteit en veiligheid op de filmset. “Het is dan ook goed om te zien dat steeds meer fondsen diversiteit belonen in de subsidietoekenningen. We weten allemaal dat het goed is als een team uit vrouwen en mannen bestaat, op welke werkplek dan ook. Het is essentieel dat je als vrouw ook wat in te brengen hebt, qua ideeën, qua creativiteit, werksfeer. De norm wordt nog te veel bepaald door mannen, maar wie bepaalt wat kwaliteit is? Of hoeveel werkuren er moeten zijn in een dag, of welke verhalen belangrijk zijn? Dat ligt maar net aan je referentiekader.”

Volgens Posthuma doet het ook de vraag rijzen of we misschien toch quota moeten instellen. “Daar is veel weerstand tegen met als argument dat je dan niet puur zou selecteren op kwaliteit, maar misschien is het toch nodig om meer gelijkheid te creëren. Niet zozeer om aan dat quotum te voldoen, maar om te ervaren dat het een waardevol ander perspectief biedt. Een vrouw zei ooit tegen me: ‘ik heb me vanaf dag één voorgenomen om nooit te huilen op de set’.”

Conferentie Point of VieW

Op dit moment is Vrouwen in Beeld in gesprek met de stakeholders om toelichting te geven op het rapport. Op 28 april volgt een conferentie, waar in kleine werkgroepen met mensen uit de sector in gesprek gegaan wordt en concrete doelen worden geformuleerd, waarmee ze dan zelf aan de slag gaan.

De belangrijkste conclusies
  • Mannen hebben een dominante positie als head of department en in hoofd- en bijrollen in de Nederlandse film- en televisiesector. In totaal is in de periode 2011-2020 het percentage vrouwen werkzaam in bovengenoemde functies 30,4% (8.753 vrouwen) en het percentage mannen 69,6% (19.995 mannen).
  • Mannen domineren met name in de technische functies camera, montage, sound design en setgeluid. Het aandeel vrouwen is hier tussen 5,1% en 25,1%. Bij de functies productie, regie en scenario is ongeveer een derde vrouw. Bij production design is het aandeel vrouwen (45,6%) iets kleiner dan het aandeel mannen (54,4%). Alleen bij research (in het kader van dit onderzoek alleen onderzocht voor de documentaireproducties) is het aandeel vrouwen (63,4%) groter dan het aandeel mannen (36,6%). Bij de hoofd- en bijrollen ligt het percentage vrouwen iets boven de 40%.
  • De ontwikkeling van de hoeveelheid vrouwen en mannen per functie in de periode 2011-2020 laat zien dat vrouwen in alle functies behalve production design en research in de gehele periode ondervertegenwoordiging zijn geweest.
  • Er is een patroon zichtbaar waarbij een productietoename ook de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen toeneemt. Vrouwen profiteren minder en/of later van een toename van het productievolume dan mannen.
  • Vrouwen hebben een kleiner aandeel in fictieproducties dan in documentaireproducties. Er zijn tussen fictie en documentaire vooral grote verschillen in het aandeel van vrouwen en mannen in de functies productie, regie en scenario, camera en setgeluid.
  • Vrouwen hebben een groter aandeel in de kortere en minder dure typen producties, zoals korte film en documentaires, dan in langere en duurdere typen producties, zoals speelfilms en series.
  • De correlaties (verbanden) tussen budget en lengte en diverse functies laten zien dat naarmate producties duurder en langer zijn er minder vrouwen binnen deze producties werkzaam zijn en meer mannen.
  • Er zijn geen overtuigende aanwijzingen voor een zogenaamd trickle-down-effect, waarbij meer vrouwen in de functies productie, regie en scenario ‘vanzelf’ zou leiden tot meer vrouwen in de overige functies.
  • Hoewel het op sommige punten beter gaat dan tien jaar geleden, gaat het nog niet goed met de gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de film- en televisiesector.

Lees hier het hele rapport

Did you find this information useful?